Tis(voor)niksloop 2017

Dit is de 3e keer dat ik aan de Tis(voor)niksloop meedoe en iedere keer ben ik weer onder de indruk van dit evenement.
Strakke organisatie, prachtig parcours en dat helemaal gratisch ende voor nickx. Ge-wel-dig!

Ik had me deze keer ingeschreven voor de 30 km. Begin september leek me dat nog wel een strak plan.
Vandaag ben ik daar niet meer zo zeker van, eigenlijk ben ik nog maar net bijgekomen van die marathon van laatst.
Ik spreek met mezelf af dat als ‘t écht heel erg ruk gaat, ik voor deze ene keer de shortcut naar de 21 km funrun mag nemen.

Het weerbericht is in ieder geval súperruk; koud, nat, naar, akelig. Epic!

Nouja goed, je weet dus hoe ‘t dan gaat; het blijft droog, met zo hier en daar zelfs ‘n vaag vermoeden van zon, en ik loop súperlekker. Strak tempootje zelfs ook nog.

Maar dan draaien we na iets van 23 km weer de open hei op en blaast er een doorstaande poolwind dwars door me heen… Wooow
Koud is een understatement.
Ik probeer dat strakke tempootje van daarnet vast te houden maar ben binnen no time zo verstijfd dat ik al blij ben dat ik uberhaupt nog vooruitkom.

Ik kom PIC tegen, die had zich ingeschreven voor de 10 (en liep dus de 15. Logisch).
Zoals gebruikelijk komt hij ‘t laatste stukje met me meehobbelen.
Ik kan er met moeite uitbrengen dat ik half bevroren ben, maar ‘t lijkt alsof ook m’n stembanden zijn verstijfd door de kou.*
Zwijgend ploeteren we voort.
Gelukkig is het niet ver meer, nog een beetje zigzaggen door een woonwijk en dan is daar de finish… Wooow, blij dat ik er ben is een understatement 🙂

Eindtijd 3:06:36.

En dan nu plankgas naar huis, waar ik in een gloeiend heet bad ga liggen ontdooien.

* Weer thuis realiseer ik me dat m’n hersens waarschijnlijk ook bevroren waren. Ik had namelijk (zoals altijd) een winddicht jekkie bij me wat ik aan had kunnen trekken.
Het zoveelste leerpuntje…

Advertisements

Rursee marathon Racereport

De zenuwen razen door m’n lijf. Al een week lang.
Ik ben bang. Dat het teveel is, te snel, dat ik niet goed/ genoeg heb getraind, dat ik halverwege instort enzovoort.
Doodvermoeiend.
Maar op raceday zijn de zenuwen verdwenen. Hehe, eindelijk rust.

Ik drentel wat door het startvak, pruts wat met m’n muziek, maak een foto en Pang!
Weg zijn we.
Ik weet dat ik rustig hoor te beginnen maar het gaat zo lekker dat ik besluit er gewoon in te vliegen. Ik zie wel waar ‘t schip strandt.
Een Walmsley’tje doen heet dat.

Dan komt de eerste helling en staan we stil, pompiedom, wat had ik ook alweer gezegd over in file op de singletracks?

Nouja whatever. Bovendien schenken ze bij de volgende verzorgingspost schnapps. Verschillende soorten ook nog. Dat maakt veel goed.
Op een volgende klim word ik opeens aan alle kanten voorbij gestiefeld door euhm… nouja, zowat alles en iedereen.
Hmm, ik dacht zelf dat ik wel lekker doorliep. Zal de schnapps wel zijn.
Maar kan mij ‘t schelen, ik loop hier voor m’n lol en heuvelaf haal ik ze wel weer in.

Heel soms komt de zon er even door, maar vaker waaien de cups uit je bh en/of regen je zeiknat. Het boeit me allemaal totaal niet.
Het is tenslotte herfst, dus wind en regen horen erbij. Epic!

Na een km of 35 is ‘t beste er wel af. Er zit toch redelijk veel asfalt in het parcours en m’n knieen vinden dat niet leuk. M’n voetzolen trouwens ook niet.
Eerlijk gezegd ben ik er sowieso wel klaar mee. Misschien was dat hard erinvliegen toch niet zo’n heel slim plan…

Maar dan staat daar opeens PIC. Die heeft de 16 km gelopen en is me daarna tegemoet gewandeld om het laatste stuk met me mee te draven.
Heerlijk, iemand om tegenaan te vloeken als er weer eens losse stenen in de weg liggen enzo.
En, zó cool, bij de een-na-laatste verzorgingspost krijg ik een biertje aangeboden. Wat een verrukking is dat zeg, na al die zoete zooi.
Ik huppel verder, tot m’n knieen hun mening weer gaan geven, dan gaat het huppelen terug over in sukkelen.
En dan; nog 2 km, nog 1, een laatste rondje om de Imbiss en ik ben er.
Officiele tijd 4:39:31.

“Ze” zeiden dat ik geen lange afstanden meer kon/mocht lopen, ik zou de rest van m’n leven medicijnen moeten slikken, ik zou mentaal een soort van kasplantje worden, ik moest in m’n hok blijven.
“Ze” hadden ongelijk. Ik kan ‘t zelf en ik kan en ik zal hardlopen. Lang & ver. Watch me!

Anyway, na de finish kwamen er tranen. Een heleboel.
Alle shit van afgelopen tijd heb ik er uitgejankt. Op een plein in Einruhr, of all places.

Maar het luchtte op. En dus kunnen we nu verder met ons leven.
Op naar het volgende project.

Een perfecte dag

PIC en ik bivakkeerden in een tent met houtkachel in het Vallee des lacs.
Het was er kloteweer, vandaar dat we niet met ons normale ieniemienie tentje op stap waren.
Maar hardlopen & hiken in kloteweer is best wel leuk als je bij thuiskomst een groot fik kan stoken (yeah, pyromaan is my middle name).

Desalniettemin was ‘t zo nu en dan echt koud en heel nat. Ik geloof niet dat ik ooit eerder met 2 regenjacks over elkaar heb gelopen of dat ik in september al handschoenen aan heb gehad.
Maarja, dat maakt ‘t wel extra heroïsch.

Halverwege de week klaarde het op. De nachten werden nog wat kouder (nachtvorst, whoot whoot!) maar overdag werd het zonnig ende aangenaam.
Tijd voor een lange duurloop.

Omdat ik vind dat je soms de zaken niet al te strak moet plannen, had ik alleen een rondje geschetst op de kaart.
Ik wist dus niet precies hoe ver ‘t zou zijn. Ik dacht een km of 20/25 en hoopte op een km of 30.
Maar als ‘t te kort was kon ik er makkelijk nog een lusje aan vast knopen en als het langer zou zijn, nouja, dan zou ‘t een goeie mentale training worden.
BAM!

PIC had zich opgeworpen als mobiele verzorgingspost. M’n route zou een aantal keren de weg kruisen en daar zou hij dan staan met eten, drinken, droge kleren en aanmoedigingen.

Het werd een súperdag.
Het was perfect loopweer. Behalve PIC en een heel groot hert* heb ik onderweg niemand gezien. De route was súpermooi (al zeg ik ‘t zelf) en PIC stond zelfs op plekken die we niet afgesproken hadden. Ook de benen en zelfs ‘t hoofd deden ‘t supergoed.

Uiteindelijk liep ik 29,5 kilometer en 1277 hoogtemeters. Ongeveer precies wat ik gehoopt had dus.
En de volgende dag was ik niet vooruit te knuppelen. Zo moe was ik ervan.
Maar dat was ‘t meer dan waard.

Hier de link naar de route, voor als je in de buurt bent en dit rondje ook eens wilt lopen.

Wordt vervolgd denk ik zo.

*Toen liep ik dus in m’n piere-eentje door het bos te huppelen en te joelen; Wow! Wow! Wooow! Ik heb een hert gezien! Ik heb een HERT gezien!
😀 😀 😀

Ultra-lalalalala


Het lichaam gedraagt zich (braaf!), het hoofd ook (meestal), de benen voelen goed, ik voel me goed, ik voel me sterk, ik heb er zin in.
Het ziet er dus naar uit dat dat wel goed gaat komen met die marathon.
Ik liep deze overigens al ‘n keer eerder, in 2011 geloof ik. Ondanks dat ik 30 km lang bijna-kramp in m’n hamstrings had, is het de al-ler-mooiste marathon die ik ooit gelopen heb.
En ik heb er toch wel zeker 2 gelopen dus ik weet waar ik ‘t over heb 😉

Anyway, dit geeft ook goede hoop voor het volgende wilde plan.
Ik heb namelijk m’n hart verloren aan de Vallée des lacs, in de Vogezen.
PIC en ik waren er in juni (voor de 2e x) en toen ben ik ‘n paar keer per toeval op ‘t parcours van deze trail verzeild geraakt. Heb er wat opgelopen met de parcoursbouwers, wat met ze gekletst en opeens viel het kwartje; ik wil deze trail doen, de lange afstand.
Of beter gezegd, ik ga deze trail doen.
Want ik wil al járen een echte ultra lopen. En nu wil ik dat nog meer dan voorheen, omdat ik me zolang zo’n afgeschreven, ziek, gek, oud, nutteloos, dik vod heb gevoeld.

Zo voel ik me nu meestal niet meer hoor. Godzijdank niet.
Maar de beste manier om te voorkomen dat dat gevoel terugkomt, is volgens mij om iets waanzinnigs te doen.
Iets wat je al heel lang wilde en waarvan je altijd dacht dat je’t niet zou kunnen.

En he, er lopen hele volksstammen ultradingesen, huppelend en met 2 vingers in hun neus en al.
Dus als zij dat kunnen, kan ik dat ook…

Mw Tralala is dood, leve Mw Tralala

Nou, daar zijn we weer. Wat zal ik zeggen, uit een burn-out/depressie kruipen duurde langer dan ik dacht.
Het kostte me alles bij elkaar een jaar of 2…

Maar anyway, ik leef weer. Sterker nog, ik loop weer. En nóg sterker nog, ik maak weer wilde plannen.
Dat laatste is denk ik nog wel ‘t beste nieuws. Want dat betekent dat ik m’n mojo weer terug begin te krijgen, dat ik weer een beetje ik begin te worden zeg maar..

Nu nog hopen dat het onbetrouwbare lijf ook blijft meewerken, dan kunnen we in november lekker een marathonnetje hollen.
Dat wordt wel weer eens tijd namelijk.

Montferland Night Trail

finish2
Hardlooptechnisch gezien ligt m’n comfortzone ergens tussen 9:30 & 16:00, bij voorkeur als de zon schijnt.
En in diezelfde comfortzone bevind ik me op zaterdagavond waarschijnlijk op een bank of iets dergelijks, met bier en bitterballen.

Een zaterdagse night trail is dus een duidelijk gevalletje van buiten die comfortzone treden. Waarschijnlijk ook de reden dat ik zoiets nog nooit eerder had gedaan.
Maar als ik erover nadenk kan met een zooi volk in het donker door een bos hollen eigenlijk niet anders dan leuk zijn.
Bovendien heeft Montferland een hoog memory-lane gehalte. Ik heb daar vele verplichte zondagse wandelingen gemaakt en ontelbare valpartijen met m’n atb overleefd.
Et voila, dat zijn al 3 redenen om mee te doen aan de MNT. Dat moet genoeg zijn…

Op weg naar Stokkum vliegen de flauwe grappen over en weer: dat het voordeel van zo’n trail in het donker is dat je ‘t niet merkt als het licht uit gaat; dat is al uit. Of dat er over ‘t parcours weinig te melden valt, want dat kon je niet zien. En over eventuele bekenden; goh, ik heb je niet gezien…
Het begint goed.

De start is vanaf 19:00 uur. Elke 30 seconden vertrekken er een m/v of 5.
Zoals ik al wel verwacht had, sprinten de kerels waar ik mee start als dolle stieren de tent uit. Haha, da’s wel wat anders dan in file op de singletracks. Maar ik laat me niet gek maken en loop in m’n eigen tempo het dorp uit, het donker in. Whoopie!

De maan is halfvol en het is redelijk helder. Soms loop ik even min of meer alleen, zie ik voor me en achter me geen lampjes. Ik hoor de wind door de bomen ruischen en m’n adem maakt wolkjes in het licht van m’n koplamp. Man-o-man-o-man, dit is gewoon té mooi, het lijkt wel een sprookje!

De eerste km’s probeer ik nog te zien waar ik loop en heb ik m’n lamp nodig om niet te struikelen. Na verloop van tijd echter nemen m’n andere zintuigen het over en lijkt ‘t wel alsof m’n voeten vanzelf aanvoelen waar de wortels en de kuilen zitten.

De route is perfect gemarkeerd met fluoriserende pijlen en op de gekste plekken staan vrijwilligers. Ik groet en bedank ze allemaal, zonder hun geen trail tenslotte. Ook als ik andere lopers inhaal, groet ik en/of maak ik even een praatje. En dat heeft effect, ik heb een paar hilarische conversaties (voor de insiders; kipkluifjes!) en vermaak me prima.
Toch is na een km of 25 het beste er wel af en ik ben dan ook oprecht blij als ik na bijna 3 uur de finish zie.
finish1
Vantevoren had ik 2 dingen met mezelf afgesproken.
Ding 1: alles hardlopen, dus er wordt heuvelop niet gewandeld.
Ding 2: plezier hebben, lol trappen, lachen, genieten.

Ding 1 is op 3 stappen na gelukt. Dus ik zeg; check!
Ding 2 is 200% gelukt. Ik heb ouderwetsch genoten, echt waar. Dus ik zeg; check check checkerdecheck check check!
parcours
Uiteindelijk ben ik van deze 26 km ongeveer net zo moe als van de 56 km Beartrail vorig jaar. Dat is op zich ook niet gek want 2015 was een moeilijk rotjaar. Daar gaan we dus ook niet op terugkijken enzo, we houden de oren naar voren en duiken head first 2016 in. Tsjakka!

Organisatie en vrijwilligers: dankzij jullie toch nog een beetje leuke afsluiting van het jaar. Dank daarvoor, keep up the good work! En wie weet tot volgend jaar…

De nano-avonturen van mw Tralala

beeropdeweg
Plannen maken is makkelijk. Praten over wat je allemaal zou willen gaan doen ook.
Maar soms is het uitvoeren van die plannen een heel ander verhaal. Want dan blijken er allerlei beren op de weg te zitten; slecht weer, geen geld, geen spullen, geen zin, teveel gedoe, moeilijk, mag niet, durf niet, eng.
Dus besluit je om nog maar even te wachten. En we weten allemaal; van uitstel komt afstel.

Daar komt bij dat ik me sinds die burn-out echt helemaal suf kan piekeren over, nouja over alles eigenlijk.
Als je dan niet oppast, pieker je alles kapot en durf je na verloop van tijd helemáál niets meer te ondernemen. Dan word je zo’n vreugdeloze angsthaas, die zelf niets doet maar wel jaloers is op de levens van anderen.
En zo wil ik helemaal niet zijn. Ik wil juist groots en meeslepend leven. Avonturen beleven en in 7 sloten tegelijk lopen.

Daarom probeer ik mezelf tegenwoordig te dwingen om juist die dingen te doen die ik ‘t engste vind. Leuk eng dan he.
En ok, dan lig ik vantevoren 3 nachten te piekeren over stel je voor dat en wat als en als er maar niet… Dat moet dan maar.
Mijn theorie is dat als je gewoon klein begint, die drempel langzaamaaan steeds lager wordt en dat je leert om de dingen meer te nemen zoals ze komen.

Anyway, een van de enge maar ozo leuke kleine dingen die al een tijdje op m’n lijstje stond was een overnight fastpacking oefentripje.
Gewoon vanuit huis naar een bivakplekje lopen en de volgende morgen weer terug. Met PIC als sherpa en steun en toeverlaat

De weersvoorspellingen waren klote (reden om niet te gaan), m’n uitrusting is (nog) niet geschikt voor dit soort grappen (reden om niet te gaan), ik heb dit hele jaar alleen nog maar korte stukjes gelopen (reden om niet te gaan), je weet niet wat voor onverlaten er ‘s nachts allemaal ronddolen (reden om niet te gaan) en wild bivakkeren is eng ende verboden (nóg 2 redenen om niet te gaan).
Dus bleef er geen andere optie over dan gewoon gáán.

We vertrokken ‘s avonds om een uur of 7. Ik met rugzak en koplamp, PIC op de fiets met slaapzakken, bivakzakken en matjes.
Na een kilometer of 15 kwamen we aan bij onze bestemming, een vogeluitkijktoren.
Het was er donker, met aan de horizon de knipperlichten van windmolens. Het was er stil, op het slaperige gegak van de ganzen na. En er waren sterren. Eventjes dan toch.
We dronken thee, aten chips en kropen vroeg in de zak.
Maar van slapen kwam niet veel terecht, want er was ook wind, veel wind. En regen, veel regen.
bivak1
Bij het eerste licht staan we op, drinken een bak thee (de dag beginnen zonder koffie. Dat is pas echt afzien), proppen wat muffins en sportballen naar binnen en hopsakee, we’re on the road again…
… AU!
M’n rug ligt open door het schuren van m’n rugzak, ik heb enorme pijn aan m’n rechter kleine teen (blijken bij thuiskomst 2 blaren op te zitten), m’n hamstrings zijn zo stijf als een plank en m’n rug heeft er geen zin in na een nacht op de grond. Eigenlijk is m’n hele lijf het oneens met hardlopen na een slapeloze nacht.
PIC ziet het meewarig aan en wil de auto halen. Maar daar wil mevrouw Stijfkop niet van horen. Ben je nou gek! Ik ga dit avontuur afmaken, als het moet kruipend.
bivak2
M’n rugzak overnemen dan. Dat was overigens geen vraag maar een bevel, dus ik loop zakloos verder. Stiekum ben ik daar wel blij mee, want ook zonder zak gaat het moeizaam genoeg.
En zo hobbel ik op m’n tandvlees naar huis.
bivak3
Ondanks het afzien was het gááf. Onwijs, ontieglijk, onnoemelijk gááf!

M’n hoofd borrelt al over van de snode plannen voor nog meer nano-, micro- en macro-avonturen.
Dus ik zeg; wordt vervolgd.