Montferland Night Trail

finish2
Hardlooptechnisch gezien ligt m’n comfortzone ergens tussen 9:30 & 16:00, bij voorkeur als de zon schijnt.
En in diezelfde comfortzone bevind ik me op zaterdagavond waarschijnlijk op een bank of iets dergelijks, met bier en bitterballen.

Een zaterdagse night trail is dus een duidelijk gevalletje van buiten die comfortzone treden. Waarschijnlijk ook de reden dat ik zoiets nog nooit eerder had gedaan.
Maar als ik erover nadenk kan met een zooi volk in het donker door een bos hollen eigenlijk niet anders dan leuk zijn.
Bovendien heeft Montferland een hoog memory-lane gehalte. Ik heb daar vele verplichte zondagse wandelingen gemaakt en ontelbare valpartijen met m’n atb overleefd.
Et voila, dat zijn al 3 redenen om mee te doen aan de MNT. Dat moet genoeg zijn…

Op weg naar Stokkum vliegen de flauwe grappen over en weer: dat het voordeel van zo’n trail in het donker is dat je ‘t niet merkt als het licht uit gaat; dat is al uit. Of dat er over ‘t parcours weinig te melden valt, want dat kon je niet zien. En over eventuele bekenden; goh, ik heb je niet gezien…
Het begint goed.

De start is vanaf 19:00 uur. Elke 30 seconden vertrekken er een m/v of 5.
Zoals ik al wel verwacht had, sprinten de kerels waar ik mee start als dolle stieren de tent uit. Haha, da’s wel wat anders dan in file op de singletracks. Maar ik laat me niet gek maken en loop in m’n eigen tempo het dorp uit, het donker in. Whoopie!

De maan is halfvol en het is redelijk helder. Soms loop ik even min of meer alleen, zie ik voor me en achter me geen lampjes. Ik hoor de wind door de bomen ruischen en m’n adem maakt wolkjes in het licht van m’n koplamp. Man-o-man-o-man, dit is gewoon té mooi, het lijkt wel een sprookje!

De eerste km’s probeer ik nog te zien waar ik loop en heb ik m’n lamp nodig om niet te struikelen. Na verloop van tijd echter nemen m’n andere zintuigen het over en lijkt ‘t wel alsof m’n voeten vanzelf aanvoelen waar de wortels en de kuilen zitten.

De route is perfect gemarkeerd met fluoriserende pijlen en op de gekste plekken staan vrijwilligers. Ik groet en bedank ze allemaal, zonder hun geen trail tenslotte. Ook als ik andere lopers inhaal, groet ik en/of maak ik even een praatje. En dat heeft effect, ik heb een paar hilarische conversaties (voor de insiders; kipkluifjes!) en vermaak me prima.
Toch is na een km of 25 het beste er wel af en ik ben dan ook oprecht blij als ik na bijna 3 uur de finish zie.
finish1
Vantevoren had ik 2 dingen met mezelf afgesproken.
Ding 1: alles hardlopen, dus er wordt heuvelop niet gewandeld.
Ding 2: plezier hebben, lol trappen, lachen, genieten.

Ding 1 is op 3 stappen na gelukt. Dus ik zeg; check!
Ding 2 is 200% gelukt. Ik heb ouderwetsch genoten, echt waar. Dus ik zeg; check check checkerdecheck check check!
parcours
Uiteindelijk ben ik van deze 26 km ongeveer net zo moe als van de 56 km Beartrail vorig jaar. Dat is op zich ook niet gek want 2015 was een moeilijk rotjaar. Daar gaan we dus ook niet op terugkijken enzo, we houden de oren naar voren en duiken head first 2016 in. Tsjakka!

Organisatie en vrijwilligers: dankzij jullie toch nog een beetje leuke afsluiting van het jaar. Dank daarvoor, keep up the good work! En wie weet tot volgend jaar…

De nano-avonturen van mw Tralala

beeropdeweg
Plannen maken is makkelijk. Praten over wat je allemaal zou willen gaan doen ook.
Maar soms is het uitvoeren van die plannen een heel ander verhaal. Want dan blijken er allerlei beren op de weg te zitten; slecht weer, geen geld, geen spullen, geen zin, teveel gedoe, moeilijk, mag niet, durf niet, eng.
Dus besluit je om nog maar even te wachten. En we weten allemaal; van uitstel komt afstel.

Daar komt bij dat ik me sinds die burn-out echt helemaal suf kan piekeren over, nouja over alles eigenlijk.
Als je dan niet oppast, pieker je alles kapot en durf je na verloop van tijd helemáál niets meer te ondernemen. Dan word je zo’n vreugdeloze angsthaas, die zelf niets doet maar wel jaloers is op de levens van anderen.
En zo wil ik helemaal niet zijn. Ik wil juist groots en meeslepend leven. Avonturen beleven en in 7 sloten tegelijk lopen.

Daarom probeer ik mezelf tegenwoordig te dwingen om juist die dingen te doen die ik ‘t engste vind. Leuk eng dan he.
En ok, dan lig ik vantevoren 3 nachten te piekeren over stel je voor dat en wat als en als er maar niet… Dat moet dan maar.
Mijn theorie is dat als je gewoon klein begint, die drempel langzaamaaan steeds lager wordt en dat je leert om de dingen meer te nemen zoals ze komen.

Anyway, een van de enge maar ozo leuke kleine dingen die al een tijdje op m’n lijstje stond was een overnight fastpacking oefentripje.
Gewoon vanuit huis naar een bivakplekje lopen en de volgende morgen weer terug. Met PIC als sherpa en steun en toeverlaat

De weersvoorspellingen waren klote (reden om niet te gaan), m’n uitrusting is (nog) niet geschikt voor dit soort grappen (reden om niet te gaan), ik heb dit hele jaar alleen nog maar korte stukjes gelopen (reden om niet te gaan), je weet niet wat voor onverlaten er ‘s nachts allemaal ronddolen (reden om niet te gaan) en wild bivakkeren is eng ende verboden (nóg 2 redenen om niet te gaan).
Dus bleef er geen andere optie over dan gewoon gáán.

We vertrokken ‘s avonds om een uur of 7. Ik met rugzak en koplamp, PIC op de fiets met slaapzakken, bivakzakken en matjes.
Na een kilometer of 15 kwamen we aan bij onze bestemming, een vogeluitkijktoren.
Het was er donker, met aan de horizon de knipperlichten van windmolens. Het was er stil, op het slaperige gegak van de ganzen na. En er waren sterren. Eventjes dan toch.
We dronken thee, aten chips en kropen vroeg in de zak.
Maar van slapen kwam niet veel terecht, want er was ook wind, veel wind. En regen, veel regen.
bivak1
Bij het eerste licht staan we op, drinken een bak thee (de dag beginnen zonder koffie. Dat is pas echt afzien), proppen wat muffins en sportballen naar binnen en hopsakee, we’re on the road again…
… AU!
M’n rug ligt open door het schuren van m’n rugzak, ik heb enorme pijn aan m’n rechter kleine teen (blijken bij thuiskomst 2 blaren op te zitten), m’n hamstrings zijn zo stijf als een plank en m’n rug heeft er geen zin in na een nacht op de grond. Eigenlijk is m’n hele lijf het oneens met hardlopen na een slapeloze nacht.
PIC ziet het meewarig aan en wil de auto halen. Maar daar wil mevrouw Stijfkop niet van horen. Ben je nou gek! Ik ga dit avontuur afmaken, als het moet kruipend.
bivak2
M’n rugzak overnemen dan. Dat was overigens geen vraag maar een bevel, dus ik loop zakloos verder. Stiekum ben ik daar wel blij mee, want ook zonder zak gaat het moeizaam genoeg.
En zo hobbel ik op m’n tandvlees naar huis.
bivak3
Ondanks het afzien was het gááf. Onwijs, ontieglijk, onnoemelijk gááf!

M’n hoofd borrelt al over van de snode plannen voor nog meer nano-, micro- en macro-avonturen.
Dus ik zeg; wordt vervolgd.

Opgebrand

fikkie
Ergens halverwege juli stortte ik in.
Diagnose: burn-out.

Eigenwijs als ik ben, dacht ik dat varkentje wel even te wassen. Ik was tenslotte sterk en stoer en veerkrachtig. Bovendien was ik gezond, want ik sportte veel. Toch?
Nou dan.
3 trainingen per dag en je bent in no time weer up and running. Tsjakka!

Uiteraard hield ik dat niet lang vol. Eind augustus ging ook fysiek het kaarsje uit. Ik was moe, door en door moe.
Ik hing op de bank, ik hing in bed, deed soms een poging tot wandelen, of tot slapen, maar zat voornamelijk hele dagen (en nachten) als een zombie achter m’n laptop.
En ik huilde.
Om alles. Om niets.

De diverse medici gaven me opdracht om vooral veel “leuke dingen” te gaan doen. Dingen waar je energie van krijgt, om die tank weer opgeladen te krijgen.
Dus ging ik als een malle “leuke dingen” doen.
En werd nóg meer moe. En nóg meer treurig.
Want er was niets dat ik nog echt leuk vond. Laat staan dat ik ergens energie van kreeg.

Nu zijn we 3 maanden verder. Ik heb volgehouden. En inderdaad, er zijn dingen waar ik nu wel weer eens wat energie van krijg. Soms.
Ook erover schrijven is een stapje vooruit, hoe minuscuul ook.
Maar sportief gezien zal er voorlopig weinig op ultra- of tralalagebied gebeuren, denk ik zo. Daarvoor zijn m’n stapjes veel te klein.
Niet dat dat me een biet interesseert hoor, ik ben tegenwoordig al blij als er überhaupt vooruitgang in zit.

Triathlon Stroombroek

Mevrouw is in dubio; zal ze het www opzadelen met alweer een race-report, ja danwel nee? En als ze dat doet, hoe gaat ze er dan voor zorgen dat het geen kopie wordt van het vorige verhaal? Want goed beschouwd is elke triathlon hetzelfde; zwemmen, wisselen, fietsen, wisselen, lopen, finishen…
En ok, soms gaat het goed, soms gaat het slecht, dus de beleving kan totaal anders zijn. Maar wie boeit dat?

Er gebeurde deze keer ook weinig opzienbarends. Dus misschien zit ze daarom wel tegen dat race-report aan te hikken.
Nouja, er waren 2 dingen het vermelden waard; ze was niet zenuwachtig vantevoren en bij de 2e wissel was ze haar spullen kwijt. Bleek dat ze naar de verkeerde plek was gerend. Dat heeft haar tijd gekost. En maakte dat ze zich weer ouderwets klunzig voelde.
Altijd fijn.

Ze werd 8e in haar categorie en 103e overall (van de 200 deelnemers). Op zich een keurig middenmootje. Maar aan die 4 seconden ergert ze zich wel bont en blauw een beetje.
sttstkn

Verder was het een leuke wedstrijd, strak georganiseerd, mooi parcours, mooie omgeving. Aanrader.

Het werd dus toch een soort van race-report. Hopelijk is het kort genoeg naar uw zin. En anders mag u doorklikken hoor.

My 15 minutes of fame

Foto720-LRRWI4ID
Beweren dat zwemmen geen worsteling meer voor me is, kan ik voortaan duidelijk maar beter laten. Want het zwemonderdeel van de vrouwentriathlon in Beesd ging echt rukker dan ruk.
Maar tja, als er dan toch iets slecht moet gaan, kan dat maar beter het zwemonderdeel zijn.
Met fietsen of lopen zou je tenslotte veel meer tijd verliezen…

Ik vond overigens altijd dat evenementen speciaal voor vrouwen niets voor mij waren, daar vind vond ik mezelf veel te stoer en on-tuttig voor. Maar bij nader inzien maakt ‘t me geen donder uit wie er meedoen.
Uiteindelijk gaat ‘t er gewoon om dat je zo goed mogelijk wilt presteren en dat je degene vóór je wilt inhalen…
Dus die mening heb ik herzien. Bovendien is de vrouwentriathlon gewoon een leuk, níet tuttig en goed georganiseerd geheel.

Ergens kan ik me trouwens ook wel voorstellen dat voor een bepaald type beginner sommige sportevenementen een (te) hoge drempel hebben. Toen ik nog moest beginnen met sporten dacht ik ook dat triathlon alleen weggelegd was voor superatleten.
Dan schijnt het ook nog eens zo te zijn dat (generaliserend gesproken) vrouwen minder, of in ieder geval anders, competitief zijn ingesteld dan mannen (ik niet hoor, ik ben zo competitief als de neten).
En dan is het goed dat er laagdrempelige evenementen georganiseerd worden, al dan niet alleen voor vrouwen. Als je er mensen mee over die drempel trekt en van de bank afkrijgt, heiligt het doel de middelen. Meestal that is…

Maar goed, terug naar de wedstrijd. De 1e wissel ging relaxed (misschien een beetje té) en het fietsen ging supah dupah goed.
Wat ik alleen nog moeilijk vind in te schatten is hoe hard ik kan fietsen zonder m’n loopbenen aan gort te rijden. Fietsen doe ik dus met de rem erop… figuurlijk gesproken.

De 2e wissel was zo mogelijk nog relaxeder dan de eerste, maar ging geloof ik wel redelijk snel. Op knopjes drukken is niet m’n sterkste kant dus daar heb ik traditiegetrouw een zooitje van gemaakt.
M’n doel vandaag was om met elk onderdeel een hoger gemiddelde te halen dan de vorige keer en vooral mbt lopen had ik daar een hard hoofd in. Want het lopen ging toen al boven verwachting.
M’n loopbenen zaten echter nog stevig vast en ik liep voor mijn doen mega-snel. Sneller dan gehoopt, whoohaa!
kijk een zweefmomentje!
Anyway, dat doel heb ik dus, met uitzondering van ‘t zwemmen, gehaald. En daar ben ik erg mee in m’n nopjes.
Want dat ‘t zwemmen zo ruk ging, lag al een beetje in de lijn der verwachting. De combinatie burn-out en de wasmachine is namelijk niet bepaald optimaal. Of beter gezegd, die is ruk.

En oja, omdat er aparte podiumplaatsen voor de wel- en nietlicentiehouders waren, werd ik eerste (ja, je leest ‘t goed; 1e!) bij de licentieloze oudjes.
In de uiteindelijke uitslagenlijst is dat onderscheid niet gemaakt, dus officieel telt ‘t niet. Maar toch was ‘t leuk, my 15 minutes of fame.
En ik heb er, behalve de roze badmuts, ook nog een übercool zwembrilletje aan overgehouden.
Mijn dag kon niet meer stuk…

En dan hier nog het bewijs dat ik echt heb gedaan wat ik beweer:
statistieken
Zoals je ziet was m’n horloge solidair, want de gps deed het tijdens ‘t zwemmen ook rukker dan ruk…
O, en m’n officiele eindtijd was 1:20:01.

De Aapfactor

ochtend
Bij de zwemlessen die ik gevolgd heb, ging het om ‘t aanleren van de glijslag. Want dat schijnt dé slag voor triathleten te zijn. Doel is een lange slag met een “glij”moment, zodat je zo min mogelijk slagen per baan maakt.
Klinkt goed en logisch en als je naar zwemmers kijkt die de slag goed te pakken hebben (sorry, inkoppertje), ziet ‘t er ook heel efficient en snel uit.

Maar op de een of andere manier kreeg ik ‘t niet voor elkaar. Zwemmen was voor mij altijd een worsteling en hoe harder ik m’n best deed om te “glijden”, hoe moeilijker ‘t werd. Eigenlijk had ik de hoop om ooit nog fatsoenlijk borstcrawl te leren al min of meer opgegeven.
En ach, dan is er altijd nog schoolslag. Want hoe eiig het ook is om in schoolslag te zwemmen, ik haal er toch vaak een boel mensen mee in (ja, ook crawlers…).

Maar sinds kort weet ik waarom ik niet kan kon zwemmen.
Mijn aapfactor is namelijk min 2.
En het principe “hoe minder slagen per baan, hoe beter” werkt voor dat soort mensen niet. Wij kort-armigen moeten het juist hebben van een hogere slagfrequentie en het juiste ritme…

……………………………… Insert Aha-erlebnis moment …………………………………..

Die glijslag heb ik dus overboord gekieperd. Ik ben zwemfilmpjes gaan kijken (lang leve Youtube). Ik PIC gevraagd om naar me te kijken en tips te geven. En ik ben gewoon gaan zwemmen, veel gaan zwemmen.
Een topper ga ik niet worden, maar het is nu (meestal) geen worsteling meer. En belangrijker, ik vind zwemmen (borstcrawl that is) tegenwoordig best wel leuk.
Het moet niet gekker worden.

Baardmannetje Triathlon

Het is zondagochtend een uur of 11 en ik heb buikpijn. Van de zenuwen.
Ik heb mezelf al een keer of 1000 streng toegesproken dat dit nergens op slaat en ook nergens voor nodig is. Er staan tenslotte geen mensenlevens op het spel ofzo.
Maar nee hoor, mevrouw gooit zich volledig in de zenuwen voor een voor-de-fun triathlon.
…Relativeringsvermogen, ooit van gehoord?

Een paar uur later en heel veel zenuwen verder, gaat het startschot.
Overmoedig als ik soms ben, begin ik de strijd in crawl. Tegen de tijd dat iedereen over me heen is gezwommen, zit m’n adem ergens hoog in m’n keel, denk ik er over om om te keren en de strijd te staken en zwem dan verder. In crawl, schoolslag, hondjesslag, crawl enzovoort.
Als ik uit het water kom begint de strijd met m’n wetsuit en vergeet ik op lap te drukken (Dom! O-lie-dom! Op lap drukken is het belangrijkste onderdeel! Tijden, tussentijden, meten is weten!).

Het fietsen en lopen daarna is bekend terrein. Alhoewel, 20 en 5 km is wat mij betreft net iets te kort om fatsoenlijk op stoom te geraken. En als je dat zo snel mogelijk probeert te doen, doet het best wel pijn.
Maar ach, ook dat heeft zo z’n charmes. Endorfadrenaline to the max. Lekkah…

Ik werp een half oog op m’n klokkie en zie iets van 1:21 nog wat. Dat is bijna 9 minuten sneller dan ik had gedacht en ruim 2 minuten langzamer dan ik had gehoopt.

Nu alleen nog even head-first over de finish en BAM! Die zit ook weer in the pocket.
DSC08422

Oh, u wilt statistieken? U krijgt statistieken:
flopperdeflop

En dan ook nog even dit: deze triathlon werd georganiseerd door triathlongroep Voorne ter ere van hun 5 jarig bestaan. Dat is al leuk. En dan was ‘t ook nog een lekker kleinschalig, perfect georganiseerd en retegezellig evenement. Serieus waar, dit was de leukste triathlon die ik ooit van m’n leven heb gedaan (en ik heb er toch al zeker 4 op m’n palmares staan dus ik weet waar ik ‘t over heb 😉 ).